Contact

Any inquiries regarding the leveltest or courses please send us an e-mail. Or if you just want to say Hi, thats cool aswell! We'll get back to you as soon as possible.

Contact us by email.

Any inquiries regarding the leveltest or courses please send us an e-mail. Or if you just want to say Hi, thats cool aswell! We'll get back to you as soon as possible.

Contact

Address

Ceintuurbaan 384

Zipcode

1073 EM

City

Amsterdam

Country

The Netherlands

Phone number

+31 (0)20 - 66 34 380

E-mail address

information@learndutch.com

Social

Leveltest

Present

1.

Ik

uit Noorwegen en

nu 5 jaar in Nederland.

2.

Ik

nu 3 jaar in Amsterdam en mijn broer

nu 5 jaar in Nederland.

3.

Hij en zijn vrouw

een huis met een grote tuin en ik

een flat met een balkon.

4.

Ik

blij met mijn balkon, een tuin

veel te veel werk.

Leveltest

Negation

1.

Ben je dokter? Nee, ik ben

dokter.

2.

Is jouw vakantie in maart? Nee, mijn vakantie is

in maart.

3.

Heb je honger? Nee, ik heb

honger.

4.

Rook jij veel? Nee, ik rook

veel, slechts 3 pakjes per dag.

Leveltest

Past finito

1.

Ik

20 jaar in Tokio

.

2.

Jan

gisteren te veel

.

3.

Ik

een uurtje in het park

.

4.

Marian

naar Albert Heijn

.

5.

Wij

gisteren een uur

.

Leveltest

Pronomina

1.

Hij neemt

eigen laptop mee.

2.

Maria en John gaan met

eigen auto.

3.

Ik geef mijn pen aan John. (= same as) Ik geef mijn pen aan

.

4.

John geeft zijn boek aan Maria. (= same as)

geeft zijn boek aan

.

5.

John en William geven hun hond aan Maria. (= same as)

geven hun hond aan

.

Leveltest

Question words

1.

gaat het? O, het gaat goed.

2.

loopt daar? O, dat is mijn vriend.

3.

loopt hij zo hard? Hij moet naar de tandarts en hij is te laat.

4.

is zijn probleem? Hij gaat voor controle.

5.

woont zijn tandarts? In Amsterdam-Oost.

6.

komt je vriend terug? Met de tram, denk ik.

7.

Met

tram gaat hij? Met tram 25, denk ik.

Leveltest

Storytelling

1.

Een man in een grote Mercedes

op zoek naar een parkeerplaats.

2.

Eindelijk

de man er één die groot genoeg was.

3.

Toen hij zijn auto

parkeren,

er van achteren een kleine Fiat.

4.

De Fiat

vlug op de open plaats staan.

5.

De man in de Mercedes

helemaal niet.

6.

Hij

langzaam achteruit parkeren

Leveltest

Mix

1.

Person A: Ik

gisteren naar het theater

.

2.

Person B: O, wat

je

en hoe

het?

3.

Person A: Angels in America, het

fantastisch, de voorstelling

5 uur.

4.

Person B: Wat ?! 5 uur? Zolang ? Een toneelvoorstelling die 5 uur

?

5.

Person A: Ja, maar het

helemaal geen probleem.

Leveltest

Reflexive verbs

1.

Ik

elektrisch.

2.

De boer

de schapen in maart.

3.

Ik

mijn oude opa elke week.

4.

Zij

niet.

5.

Wij

met water en zeep.

6.

Jullie

elektrisch.

7.

Mannen

bijna elke dag.

Leveltest

Seperate verbs

1.

Ik

de kamer

. (schoonmaken)

2.

Ik

Jan voor mijn verjaardag niet

. (uitnodigen)

3.

Pas op, ik

je met tennis compleet

. (inmaken)

4.

Romeo

het met Julia

. (uitmaken)

5.

Ik

de muskiet

. (doodmaken)

Leveltest

Conjuctions

1.

Mijn vader is morgen jarig

mijn zusje is volgende week jarig.

2.

Ik ga morgen naar mijn vader

ik ga morgen naar mijn zusje.

3.

Ik ga morgen naar mijn vader

hij is morgen jarig.

4.

Ik ga morgen naar mijn vader

ik ben morgen niet in Amsterdam.

5.

Ik ga met de trein naar mijn vader

mijn zusje met de auto komt.

6.

Ik moet morgen naar mijn vader,

ik heb eigenlijk geen tijd.

You reached: